Veel gestelde vragen

Leidt een transponder een zweefvlieger niet te veel af?
Nee, want de transponder stel je vóór de vlucht in en daarna weer uit. Er zit geen scherm op dat afgelezen moet worden. Het apparaat vertelt niets aan de zweefvlieger, maar beantwoordt automatisch radargrondstations, ACAS en boordradar.

Ik heb geen bevoegdheid om de radio te bedienen, is dat een probleem?
Voor een transponder is die bevoegdheid niet nodig. Wel is het nuttig een bevoegdverklaring RT te hebben zodat tijdens de vlucht de frequentie van bijvoorbeeld Dutchmil kan worden afgeluisterd. Overigens mag je in geval van nood (weg kwijt of ander probleem) ook zonder RT hulp vragen, zelfs in het Nederlands.

Moet voor binnenlandse zweefvluchten met transponder een vliegplan worden ingediend?
Nee. Wel moet de identiteit die uw transponder uitzendt, bijvoorbeeld PH1020, hetzelfde zijn als de informatie die anders zou worden ingevuld in item 7 van het vliegplanformulier.

Moet de antenne onder het zweefvliegtuig of bovenop?
Gezien de beperkte afmetingen van een zweefvliegtuig maakt het voor de werking van de antenne meestal niet veel uit. Bovenop of in de staart is vaak de beste keuze, omdat de kans op beschadiging klein is, de antenne optimaal kan communiceren met ACAS en de antenne uit de buurt van het inzittendencompartiment blijft. Het gekozen type en de montage moet worden goedgekeurd door EASA.

Is FLARM in mijn zweefvliegtuig niet voldoende?
Nee. FLARM werkt alleen met andere toestellen die ook FLARM voeren. ACAS en boordradar communiceren niet met FLARM en ook een luchtverkeersdienst ziet FLARM niet.

Word je automatisch gesepareerd door een luchtverkeersleider wanneer je een Mode S transponder voert?
Nee, bijvoorbeeld in klasse E-luchtruim blijven VFR-vliegers zelf verantwoordelijk voor hun onderlinge separatie. Zelfs wordt IFR-verkeer daar niet van VFR-verkeer gesepareerd. Wel kan de luchtverkeersleider IFR-verkeer informeren over de positie van VFR-verkeer. Die informatie wordt met een Mode S-transponder aan boord van zweefvliegtuigen en ballonnen voor het eerst in de geschiedenis zo compleet mogelijk. Datzelfde geldt voor de informatie van Dutchmil voor jachtvliegers. Deze wordt vollediger nu ook zweefvliegtuigen en ballonnen op de radar zichtbaar worden.

Vervallen Mode-A en -C met de komst van Mode-S?
Nee, Mode-S maakt gebruik van Mode-A en C. Mode-A blijft onderdeel van het surveillance systeem. In Nederland en Duitsland blijft de code voor ongecontroleerd VFR-verkeer 7000. Ook de Mode-C  (hoogteaanduiding) blijft. Vliegen met een werkende transponder zonder Mode-C is nu al zelfs verboden in Nederland. In feite voegt de Mode-S iets aan Mode-A en C toe, namelijk de identiteit van het luchtvaartuig en een nauwkeuriger hoogteaanduiding (25 in plaats van 100 voet). Ook de ICAO 24-bitcode geeft de transponder mee in het antwoord bij ondervraging door grondradar of ACAS. Beide systemen werken hiermee. De luchtverkeersleider ziet de bit code niet, wel de identiteit (bijvoorbeeld PH1020).

EASA vraagt voor de behandeling van een typegoedkeuring voor het inbouwen van een transponder 250 euro, kan ik die kosten vermijden?
Misschien wel! Vraag de importeur of fabrikant van uw luchtvaartuig of de transponder naar de typegoedkeuringen die al zijn verleend door EASA. Als uw combinatie van luchtvaartuig/transponder voorkomt, hoeft u de transponder alleen te laten inbouwen door een erkend technicus conform die toelating.